Kwaliteitshandboek
BRL 6000-25
Procedures en werkinstructies
Onderneming:
Revisiedatum:
Handboek versie 2.2
Powered by:
Dit kwaliteitshandboek wordt tenminste een maal per jaar getoetst op noodzakelijke aanpassingen. Wijzigingen worden in de tabel hieronder genoteerd, vervallen documenten worden gedurende de looptijd van het certificaat bewaard.
|
Datum |
Document |
Reden van vervanging |
|---|---|---|
|
14-06-2023 |
Handboek versie 1.0 |
Eerste uitgave handboek versie 1.0 |
|
20-01-2025 |
Handboek versie 2.0 |
Nu gebaseerd op BRL-6000-25 10-07-2024 |
|
03-06-2025 |
Handboek versie 2.1 |
Layout geüpdatet |
|
07-07-2025 |
Handboek versie 2.2 |
Layout geüpdatet |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Wijzigingstabel
|
Besluit bouwwerken leefomgeving |
|
|
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) |
www.wetten.nl |
|
Omgevingsregeling (OR) |
|
Nummer |
Titel |
|---|---|
|
NEN 1078:2024 |
Eisen en beproevingsmethoden voor een gebouw gebonden voorziening voor gas met een werkdruk tot en met 500 mbar (0,05 MPa). |
|
NEN 3028 |
Eisen voor verbrandingsinstallaties (optioneel) |
|
NPR 3378, de relevante delen in relatie tot de door de installateur gekozen toepassingsgebieden in 1.2 |
Praktijkrichtlijn gasinstallaties |
|
ISSO |
Kleintje Gas (optioneel) |
|
ISSO |
Kenniskaart CO-melders en CO-stops (optioneel) |
ROGAFA gezamenlijke basisvoorschriften van de Nederlandse fabrikanten van rookgasafvoer:
www.hetnieuwebeugelen.nl
Vakmanschap Koolmonoxide Preventie:
www.vakmanschapco.nl
“De veiligheid van collectieve rookgasafvoeren in woongebouwen” voor VvE-besturen, VvE-beheerders en professionele verhuurders, uitgave ministerie van BZK:
https://www.rijksoverheid.nl/
Plaatsingsadvies CO-melder brandweer:
https://www.brandweer.nl/
Grenswaarden koolmonoxide volgens arbeidsomstandighedenregeling:
https://wetten.overheid.nl/
Register gasverbrandingsinstallaties voor controle geldigheid van afgegeven certificaten,
aanwijzing van Kiwa en deze BRL:
https://www.tlokb.nl/
Binnen de organisatie is ten alle tijde een uittreksel KvK beschikbaar, niet ouder dan 1 jaar.
“De scope van de organisatie richt zich op het installeren, repareren, onderhouden en inbedrijfstellen van gasverbrandingstoestellen individuele verbrandingsluchttoevoer- en rookgasafvoervoorzieningen”.
In de volgende deelgebieden worden de werkzaamheden uitgevoerd:
“Installeren, repareren, onderhouden, inbedrijfstellen en vrijgeven”.
Op basis van gestelde scope is dit handboek opgesteld en in relatie gebracht met de volgende normen:
De certificering voor de BRL 6000-25 is van toepassing op de volgende vestiging(en), hierna te noemen de onderneming:
Vestiging 1:
|
Naam van monteur |
Type CO diploma |
Geldig tot |
|---|---|---|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De directie van de organisatie verklaart dat het kwaliteitsbeleid erop is gericht:
Daarnaast worden alle werknemers, welke vallen onder de scope van dit beleid, op de hoogte gebracht van de inhoud van deze beleidsverklaring. Ook worden er periodieke interne audits uitgevoerd op de uitvoering van het kwaliteitsbeleid. Hierdoor kan erop worden vertrouwd dat het onder onze verantwoordelijkheid werkend personeel deze werkwijze begrijpt en ernaar handelt.
Steeds weer zal de aandacht op dit kwaliteitsbeleid gericht zijn, zodat de aandacht van alle medewerkers binnen de onderneming voor kwaliteitszorg niet verslapt, maar dat zij juist gemotiveerd raken en blijven om het beoogde kwaliteitsniveau te bereiken en vast te houden.
|
Naam Directie: |
Datum: |
|
Plaats: |
Handtekening: |
Werkzaamheden binnen de scope dienen te worden uitgevoerd in overeenstemming met de volgende wet- en regelgeving (zie uitwerking in hoofdstuk 5 van de BRL 6000-25). In het overzicht normbeheer zijn de van toepassing zijnde normen, wet- en regelgeving vermeld.
Naast de wettelijke eisen dienen altijd de installatie- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant te worden nageleefd.
Binnen de organisatie borgen wij onze kwaliteit met uitvoering van de interne kwaliteitsbewaking. Deze bewaking is opgesplitst in:
Een interne audit zal minimaal 1x per jaar worden uitgevoerd (projectcontroles en organisatiecontroles). Deze audit is bedoeld om te kunnen vaststellen of de kwaliteitszorg ten aanzien van het onderwerp van certificatie is beschreven en geïmplementeerd, wordt onderhouden en uitgevoerd zoals vastgelegd in hoofdstuk 5,6 en 7 van de BRL 6000-25. Voor de interne controle op vereiste kennis en ervaring wordt elke monteur ten minste 1 x per 3 jaar beoordeeld.
Nadat de certificatie-instelling bij een projectcontrole een kritieke afwijking heeft geconstateerd van de eisen in hoofdstuk 5,6 en 7 van de BRL 6000-25 wordt in de daaropvolgende 12 maanden ten minste een gelijk aantal extra projectcontroles uitgevoerd, op het voldoen aan de eisen van hoofdstuk 5, 6 of 7 van de BRL 6000-25, als de certificatie-instelling.
Resultaten van de interne audits, projectcontroles en interne controles monteurs worden schriftelijk vastgelegd. Bij tekortkomingen worden de eventueel getroffen corrigerende maatregelen en/of verbeteracties geregistreerd in Climatools. Tevens wordt er jaarlijks een auditprogramma opgesteld.
|
Bevindingen interne audit |
Datum |
Handtekening |
|---|---|---|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De BRL 6000-25 stelt eisen aan de kwaliteitsbewaking. Middels onderstaand IKB-schema is weergegeven hoe de interne kwaliteitsbewaking plaatsvindt binnen de organisatie.
|
Onderwerp |
Directie |
VP |
VOP |
Frequentie |
Wijze van registratie |
|---|---|---|---|---|---|
|
Controle op openingen voor verbrandingsluchttoevoer en ventilatieafvoer |
X |
Ieder project |
Climatools registratie conform hoofdstuk 5 van de BRL-6000-25. Checklijst item: Opstellingsruimte/ |
||
|
Controle op plaatsing gasverbrandingstoestellen |
X |
Ieder project |
Climatools registratie conform hoofdstuk 5 van de BRL-6000-25 Checklijst item: Verbrandingstoestel |
||
|
Controle op Plaatsing van rookgasafvoer |
X |
Ieder project |
Climatools registratie conform hoofdstuk 5 van de BRL-6000-25. Checklijst item: Rookgasafvoer en verbrandingsluchttoevoer |
||
|
Controle op onderdruk als gevolg van aanwezige ventilatieapparatuur |
X |
Ieder project |
Climatools registratie conform hoofdstuk 5 van de BRL-6000-25. Checklijst item: Opstellingsruimte/ |
||
|
Controle op Brander druk/gas-lucht verhouding |
X |
Ieder project |
Climatools registratie conform hoofdstuk 5 van de BRL-6000-25. Checklijst item: Verbrandingstoestel |
||
|
CO-meting in de opstellingsruimte |
X |
Ieder project |
Climatools registratie conform hoofdstuk 5 van de BRL-6000-25. Checklijst item: CO waardes (bij onderhoud) of Opstellingsruimte/ |
||
|
Controle op de goede werking van een concentrisch rookgasafvoersysteem |
X |
Ieder project |
Climatools registratie conform hoofdstuk 5 van de BRL-6000-25. Checklijst item: Rookgasafvoer en verbrandingsluchttoevoer (bij nieuwbouw) of Rookgas- afvoer/kap/ verzamelkast (bij onderhoud) |
||
|
Het controleren van de trek bij een open gasverbrandingstoestel type B11 |
X |
Ieder project |
Climatools registratie conform hoofdstuk 5 van de BRL-6000-25. Checklijst item: Rookgas- afvoer/kap/ verzamelkast - RGA bij B11 toestel - controle voldoende trek |
||
|
Meting van rookgassen en gas-luchtverhouding |
X |
Ieder project |
Climatools registratie conform hoofdstuk 5 van de BRL-6000-25 Checklijst item: Opstellingsruimte/ |
||
|
Controle op rookgasafvoer en verbrandingslucht toevoer |
X |
Ieder project |
Climatools registratie conform hoofdstuk 5 van de BRL-6000-25 Checklijst item: Verbrandingstoestel |
||
|
Controle op rookgasafvoer en verbrandingslucht toevoer bij collectieve rookgasafvoervoorzieningen |
X |
Ieder project |
Climatools registratie conform hoofdstuk 5 van de BRL-6000-25. Checklijst item: Rookgasafvoer en verbrandingsluchttoevoer |
||
|
Controle op reparatie en voorgeschreven onderhoud |
X |
Ieder project |
Climatools registratie conform hoofdstuk 5 van de BRL-6000-25 Checklijst item: Staat van onderhoud |
||
|
Controle op rookgasafvoer bij vervanging toestel |
X |
Ieder project |
Climatools registratie conform hoofdstuk 5 van de BRL-6000-25. Checklijst item: Rookgas- afvoer/kap/ verzamelkast |
||
|
Lekdichtheidsbeproeving van de gasleiding |
X |
Ieder project |
Climatools registratie conform hoofdstuk 5 van de BRL-6000-25 Checklijst item: Beproeving gasleiding (overeenkomstig NPR 3378 deel 1) |
||
|
Controle op plaatsing van CO-melders |
X |
Ieder project |
Climatools registratie conform hoofdstuk 5 van de BRL-6000-25 Checklijst item: Documentatie en informatie |
Het documentenbeheer onderscheidt de volgende documenten:
Wij beschikken over de BRL, en verder alle documenten waar naar de BRL direct of indirect verwijst voor zover deze documenten relevant zijn voor de door het bedrijf in uitvoering genomen projecten. Deze normen zijn opgenomen in een documentenoverzicht. Bewaking van de actualiteit wordt uitgevoerd door de kwaliteitsverantwoordelijke, periodiek (jaarlijks) de normenlijst te controleren. (InstallQ, NEN en ISSO).
Projectdocumenten worden beheerd in de projectdossiers, zoals beschreven in de procedure ‘Beheer projectdossiers’.
Kwaliteitsdocumenten zijn de procedures en controleformulieren. Deze documenten zijn opgenomen in dit kwaliteitshandboek. Ook vallen de klachtenregistraties, de rapportages van interne audits en projectcontroles en het register van interne audits en projectcontroles onder kwaliteitsdocumenten. Bij wijziging van procedures en formulieren worden deze in het wijzigingsoverzicht geregistreerd, voorzien van de gewijzigde datum en/of versienummer. De kwaliteitsverantwoordelijke is verantwoordelijk voor het beheer van het kwaliteitshandboek. Deze zorgt er voor dat iedere medewerker de beschikking heeft over de meest actuele documenten.
Onder personeelsdocumenten verstaan we zowel de beschrijving van de vereiste en de werkelijke vakbekwaamheid van de medewerkers als de registraties van de beoordeling van de vakbekwaamheid van de medewerkers.
Documenten moeten bewaard worden tot ten minste 10 jaar nadat de verwijzing ernaar is vervallen of vervangen door de verwijzing naar een recentere versie. Overige registraties moeten tot ten minste 10 jaar na registratiedatum worden bewaard.
Bij gebleken tekortkomingen wordt nagegaan of aanpassing van de interne kwaliteitsbewaking noodzakelijk is en zo nodig wordt de interne bewaking aangepast.
Een onderdeel dat of installatie die niet aan de eisen voldoet, wordt als zodanig geïdentificeerd om onbedoeld gebruik bewust onveilig gebruik of onbedoelde levering te voorkomen. Een afwijkend deel wordt na correctie opnieuw geverifieerd om aan te tonen dat het voldoet aan de eisen.
Het kan nodig zijn dat een voorgestelde correctie c.q. acceptatie van de afwijking wordt gerapporteerd voor aanvaarding door de klant, de eindgebruiker, de wetgevende instantie of andere instantie.
Wanneer er een onveilige situatie wordt vastgesteld dan wordt deze aan bevoegd gezag en certificerende instantie gemeld.
De tekortkoming worden in Climatools geregistreerd en schriftelijk gemeld aan de opdrachtgever, deze dient de tekortkoming schriftelijk te accepteren.
Een klacht is een (gegronde) uiting van ontevredenheid over een geleverde dienst met betrekking tot het leveren van installaties en materialen. Alle klachten worden als volgt geregistreerd:
De Kwaliteitsverantwoordelijke is verantwoordelijk voor een correcte afhandeling van de klachten en de archivering, registraties worden bijgehouden in de Climatools incidentenmodule. De melder wordt geïnformeerd over de afhandeling van de klacht.
In het organisatieschema zijn de voor de certificering relevante functies opgenomen. De vakbekwaam persoon vervult een sleutelrol in de kwaliteitsbewaking. Zie bijlage A voor organigram.
Door binnen de organisatie de kwaliteit van het werk te bewaken, worden fouten voorkomen en wordt ervoor gezorgd dat fouten niet onnodig nog een keer worden gemaakt.
|
Directie/ |
|
|
Documentbeheerder: |
|
|
Gegevensverwerker: |
|
|
Kwaliteitssysteem: |
|
|
1ste monteur: |
|
|
Monteur: |
|
|
VOP’er: |
|
De verantwoordelijke voor het kwaliteitshandboek heeft minimaal één keer per jaar contact met collega’s over het kwaliteitssysteem. Het doel is om ervoor te zorgen dat iedereen op de hoogte is van de eisen en eventuele wijzigingen in het kwaliteitshandboek (zie hiervoor ook paragraaf 3.2 Op peil houden vakbekwaamheid). Bij nieuwe ontwikkelingen informeert de verantwoordelijke de medewerkers zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen een week.
|
Directie |
Vakbekwaam persoon (VP) |
Voldoende onderrichte persoon (VOP) |
|
|
Aanwijzing door of namens directeur |
X |
||
|
Opleiding vakmanschap CO Monteur en monteur installatietechniek (Niveau 2 of 3) |
X |
||
|
Geïnstrueerd voor het onder toezicht van een VP uit te voeren van taken/ |
X |
||
|
Kennis van interne procedures, werkvergunningen en wet- en regelgeving |
X |
X |
X |
|
X = mag taak uitvoeren V = Voorbehouden aan vakbekwaam persoon (VP) |
Directie |
VOP |
VP monteur (Niveau 2) |
VP 1e monteur (Niveau 3) |
|
|---|---|---|---|---|---|
|
Taak |
Handeling |
||||
|
Administratiesysteem |
Aanwijzen V en B’s |
x |
|||
|
Registratie van projecten |
x |
||||
|
Beheer projectdossiers |
x |
||||
|
Ingangscontrole materialen |
x |
||||
|
Documentenbeheer |
x |
||||
|
Periodieke beoordeling vakbekwaamheid |
x |
||||
|
IKB-beoordeling/ |
x |
||||
|
Opstellen interne auditprogramma |
x |
||||
|
Klachtenregistratie/ |
x |
||||
|
Beheer van meet- en beproevingsmiddelen |
x |
||||
|
Begeleiden werkzaamheden |
Begeleidt collega's/ |
X |
|||
|
Begeleidt het testen van producten en systemen. |
X |
||||
|
Begeleidt de uitvoering van onderhoudsopdrachten. |
X |
||||
|
Rookgasafvoer aanleggen |
Vervangt rookgasafvoer bij het plaatsen van een nieuwe ketel. |
X |
X |
X |
|
|
Maakt doorvoeringen door gebouwconstructies (muren, daken, gevels). |
X |
X |
X |
||
|
Monteert individuele rookgasafvoer volgens norm en specificaties (parallel/ |
X |
X |
X |
||
|
Monteert CLV-rookgasafvoer volgens norm en specificaties (parallel/ |
X |
||||
|
Plaatst brandmanchet (CLV). |
X |
||||
|
Monteert rookgasafvoer uitmonding volgens norm en specificaties (in dak/gevel en uitmondingsgebied). |
X |
X |
X |
||
|
Controleert op een veilige werking van de rookgasafvoer. |
X |
X |
|||
|
Gasverbrandingstoestel installeren |
Installeert gasverbrandingstoestel op dusdanige wijze dat deze te controleren en te inspecteren valt. |
X |
X |
X |
|
|
Voorziet opstellingsruimte van voldoende verbrandingsluchttoevoer (bij open verbrandingstoestel) en ventilatie. |
X |
X |
X |
||
|
Sluit gasverbrandingstoestel gaszijdig aan volgens norm fabrikant |
X |
X |
X |
||
|
Sluit gasverbrandingstoestel rookgaszijdig aan volgens de norm van de fabrikant. |
X |
X |
X |
||
|
Past toestel aan op andere gaskwaliteit of gassoort. |
X |
X |
|||
|
Controleert toestel op geschiktheid van de gaskwaliteit of gassoort. |
X |
X |
|||
|
Controleert en beoordeelt voordruk, werkdruk, sluitdruk en verbruiksdruk. |
X |
X |
|||
|
Plaatst koolmonoxidemelders, controleert juiste type, plaatsing, voert functiecontrole uit, controleert batterijstatus en expiratietermijn van de melder. |
X |
X |
X |
||
|
Stelt gasverbrandingstoestel/ |
V |
V |
|||
|
Verhelpen van storingen, uitvoeren inspecties en onderhoud |
Lokaliseert en analyseert de oorzaak van een storing. |
X |
X |
||
|
Stelt de aard en omvang van uit te voeren werkzaamheden vast. |
X |
||||
|
Herstelt, verwijdert en monteert de componenten. |
X |
X |
|||
|
Controleert en beoordeelt voordruk, werkdruk, sluitdruk en verbruiksdruk. |
X |
X |
X |
||
|
Controleert en beoordeelt belasting en verbruik van een toestel. |
X |
X |
X |
||
|
Controleert de veilige werking van het gasverbrandingstoestel en de rookgasafvoer in relatie tot de omgeving, niet alleen bij de aanleg maar gedurende de gehele levenscyclus van de installatie. |
X |
X |
X |
||
|
Controleert (open) verbrandingstoestellen op voldoende toevoer van verbrandingslucht. |
X |
X |
X |
||
|
Voert functiecontroles uit aan het gasverbrandingstoestel en beoordeelt de goede werking. |
X |
X |
X |
||
|
Monteert gasverbrandingstoestel/ |
X |
X |
X |
||
|
Verricht onderhoud volgens de door de fabrikant bepaalde intervallen en werkprocedures. |
X |
X |
X |
||
|
Voert klein onderhoud uit aan gasverbrandingstoestel (condensafvoer, schoonmaken). |
X |
X |
X |
||
|
Voert groot onderhoud uit aan gasverbrandingstoestel (brander, warmtewisselaar). |
V |
V |
|||
|
Verricht drukmetingen: branderdruk meten/ |
X |
X |
X |
||
|
Controleert toestel op ontsteking. |
X |
X |
X |
||
|
Meet kwaliteit van de verbrandingsluchttoevoer (O2 en CO2). |
X |
X |
X |
||
|
Meet kwaliteit van rookgas op O2, CO2, en CO. |
X |
X |
X |
||
|
Controleert en beoordeelt een opstellingsruimte op luchttoevoer en ventilatie. |
X |
X |
X |
||
|
Meet omgevingslucht op CO en CO2 bij gestapelde bouw. |
X |
X |
X |
||
|
Uitvoeren van veiligheidscontroles voor koolmonoxidepreventie. |
X |
X |
X |
||
|
Beproeft installatie. |
X |
X |
X |
||
|
Controleert rookgasafvoer en luchttoevoer (beugeling, afschot, materiaal en corrosie) en signaleert gevaarlijke situaties. |
X |
X |
X |
||
|
Controleert (open) verbrandingstoestellen op uitmonding van de rookgasafvoer in het juiste uitmondingsgebied. |
X |
X |
X |
||
|
Controleert een nieuw CLV-systeem op aanwezigheid van een brandmanchet. |
X |
||||
|
Controleert/ |
X |
||||
|
Stelt gasverbrandingstoestel/ |
V |
V |
|||
|
Zorgdragen voor veiligheid |
Uitvoeren van veiligheidscontroles voor koolmonoxidepreventie. |
X |
X |
X |
|
|
Zorgt onder alle omstandigheden voor een veilige gebruikssituatie van de installatie (werkdruk, eisen van de klant). |
X |
X |
X |
||
|
Is alert op veranderingen in, aan, bij of in de omgeving van de installatie die van invloed kunnen zijn op de veiligheid of de prestaties van de installatie. |
X |
X |
|||
|
Is alert op veiligheidsissues/ onveilige situaties of gebreken, ook al zijn deze lang geleden ontstaan door wijzigingen in gebruik of verbouw/ aanpassingen aan de installatie en het melden daarvan. Maakt daar melding van. |
X |
X |
|||
|
Handelt vanuit het bewustzijn dat hij de professional is die de staat van de installatie in relatie tot veiligheid kan waarnemen. |
X |
X |
|||
|
Signaleert en meldt gevaarlijke situaties. |
X |
X |
X |
||
|
Werkt volgens de norm en voorschriften. |
X |
X |
X |
||
|
Zorgt voor een veilige werkomgeving voor zichzelf en omgeving. |
X |
X |
X |
||
|
Schakelt een installatie uit vanwege veiligheidsrisico's. |
X |
X |
|||
|
Uit bedrijf nemen of niet in bedrijf stellen van een installatie vanwege veiligheidsrisico's. |
V |
V |
|||
|
Rapporteren werkzaamheden |
Rapporteert werkzaamheden. |
X |
X |
X |
|
|
Geeft voorlichting aan de consument over het functioneren en de veiligheid van het toestel in samenhang met het systeem, inclusief ventilatie, rookgasafvoer en plaatsing in het gebouw. |
X |
||||
|
Verantwoordt eventuele impopulaire maatregelen naar de klant, zoals uit bedrijf nemen of niet in bedrijf stellen van een installatie vanwege veiligheid of volgens de norm aanleggen of plaatsen van de installatie of delen daarvan ook al heeft dat voor de consument visuele of ruimte technische consequenties. |
X |
||||
|
Uitvoeren van kwaliteitscontroles |
Voert kwaliteitscontroles uit. |
X |
X |
||
|
Controleert resultaten op vakinhoudelijke kwaliteit, kwaliteit van proces, voortgang en budgetbewaking. |
X |
||||
|
Opleveren van gasverbrandingsinstallaties |
Opleveren van werkzaamheden. |
X |
X |
||
|
Zorgt voor afvoer materialen en materieel |
X |
X |
|||
|
Handelt klachten af. |
X |
||||
|
Gasverbrandingsinstallatie beheren |
Begeleidt van het testen van toestellen, producten en systemen. |
X |
|||
|
Begeleidt de uitvoering van onderhoudsopdrachten. |
X |
||||
Door middel van het volgen van opleidingen, trainingen of andere maatregelen zorgen wij er voor dat aan de eisen van vakbekwaamheid wordt voldaan.
Periodiek wordt de vakbekwaamheid van de medewerkers beoordeeld. Dit zal gebeuren tijdens de jaarlijkse functioneringsgesprekken. Van de beoordelingen wordt geregistreerd:
Voor de interne controle op vereiste kennis en ervaring wordt elke monteur periodiek, maar minstens 1x per 3 jaar, beoordeeld door de verantwoordelijke medewerker. Hiervoor wordt de checklist “Checklist interne controle vakbekwaamheid inbedrijfsteller” gebruikt. Na de interne controle wordt deze checklist toegevoegd aan het personeelsdossier van de desbetreffende medewerker.
Indien taken aan ingehuurde personeel wordt uitbesteed, gelden hiervoor dezelfde vakbekwaamheidseisen, bevoegdheden en verantwoordelijkheden als voor eigen personeel. Alle werkzaamheden die worden uitbesteed, worden per project in het projectdossier (Climatools) vastgelegd.
Bij uitbesteding van werkzaamheden, welke vallen onder het gecertificeerde toepassingsgebied, zullen deze worden uitgevoerd door een gecertificeerd bedrijf welke voor hetzelfde deelgebied is gecertificeerd.
Deskundigen die werkzaamheden uitvoeren voor het installatiebedrijf in het kader van deze BRL moeten kunnen aantonen dat zij werkzaam zijn bij het gecertificeerde installatiebedrijf.
Medewerkers zullen hiervoor over een aantoonbare legitimatie beschikken.
Het branche Vakpaspoort, uitgegeven door Stichting Centraal Register Techniek SCRT (Techniek Nederland), wordt als legitimatiebewijs worden gebruikt.
Er is een overzicht in de gereedschapsmodule van Climatools van alle meetinstrumenten met de aan te houden kalibratie frequentie en de bijbehorende wijze van kalibreren. De genoemde meetinstrumenten zijn voorzien van een sticker waaruit blijkt dat zij zijn gekalibreerd.
Als tijdens het gebruik wordt geconstateerd dat het meetinstrument opnieuw moet worden gekalibreerd, vanwege een kennelijke afwijking of voorval, dan wordt het instrument hiervoor gemarkeerd en ter kalibratie aangeboden aan de verantwoordelijke medewerker.
De verantwoordelijke medewerker beoordeelt de kalibratiegegevens, registreert en bewaart deze in de gereedschapmodule van Climatools. Als de kalibratiegegevens daartoe aanleiding geven kan de kalibratiefrequentie worden aangepast. De verantwoordelijke medewerker, geeft met een notitie en datumverwijzing in Climatools aan dat de meetgereedschappen zijn gecontroleerd.
Als een meetinstrument is gejusteerd, wordt nagegaan of het gebruik van het instrument, voorafgaand aan het justeren, tot andere beslissingen zou hebben geleid, als het instrument op dat moment al gejusteerd was. Tevens wordt hiervan een incident aangemaakt in Climatools zodat geregistreerd wordt wat de impact is, en welke correctieve en preventieve maatregelen getroffen worden.
Voor de sterkteproef van een gasleiding
Voor het doen van een sterkteproef volgens. NPR 3378 Sectie Gasleidingen. Drukstoot van 5 bar:
Voor gaslekzoeken
Drukmetingen voor lekdichtheid gasleiding
Drukmetingen van verschildrukken en/of trek
Voor verbrandingsgasanalyse
Voor controlemetingen in de omgevingslucht
(* meting werkdruk + nominale gasdrukken (aardgas, propaan, butaan)
Bij het vervangen van onderdelen bij reparatie en onderhoud, worden uitsluitend onderdelen toegepast die zijn voorgeschreven door de fabrikant, of onderdelen die ten minste door de fabrikant gelijkwaardig zijn aan de originele onderdelen. Hieronder worden ook gereviseerde onderdelen verstaan. De monteur zal hier een controle op doen en een registratie maken in de checklist in Climatools.
Voorafgaand aan de uitvoering wordt elk project waarvoor opdracht is verkregen, geregistreerd in Climatools onder vermelding van tenminste:
Van ieder project wordt een projectdossier opgesteld, waarbij er altijd een vaste indeling van het dossier wordt gehanteerd. “Kwaliteitsverantwoordelijke” mag toevoegingen en/of onttrekkingen aan het dossier uitvoeren en zorgt ervoor dat alleen correcte en actuele informatie is opgenomen in het dossier. “Kwaliteitsverantwoordelijke” is verantwoordelijk voor de inhoud en compleetheid van het projectdossier.
Een projectdossier in de software van Climatools bevat ten minste:
Een vervallen document mag deel uitmaken van het projectdossier, mits daarop duidelijk is aangegeven dat het vervallen is. Een projectdossier wordt tot ten minste 10 jaar na oplevering bewaard.
Bij binnenkomst van materialen wordt gecontroleerd of de materialen voldoen aan gespecificeerde eisen zoals is besteld. Ook wordt er gecontroleerd op aantallen en beschadigingen.
De ingangscontrole wordt uitgevoerd door de verantwoordelijk medewerker, aan de hand van pakbon. Na controle wordt de pakbon voorzien van een paraaf van diegene die de controle heeft uitgevoerd. Bij beschadiging of een manco wordt er contact opgenomen met de verantwoordelijke medewerker, welke passende maatregelen treft.
Voordat materiaal wordt toegepast in een installatie wordt er door de verantwoordelijke monteur nog een extra controle gedaan of het materiaal voldoet aan eisen. Dat deze controle is uitgevoerd wordt genoteerd op de werkbon.
We voeren de werkzaamheden volgens de verkregen opdracht uit. Alle uitgevoerde werkzaamheden aan gasverbrandingstoestellen, de rookgasafvoervoorziening en de verbrandingsluchttoevoervoorziening worden gecontroleerd. Dit wordt gedaan met de voorgeschreven checklijsten in Climatools conform hoofdstuk 5 van de BRL-6000-25.
Metingen worden uitgevoerd in overeenstemming met het meetprotocol.
Als bij de controles geen afwijkingen worden geconstateerd, maar niet kan worden bewezen dat de installatie daadwerkelijk aan alle eisen voldoet, zoals bijvoorbeeld de kwaliteit van het rookgasafvoer- en verbrandingslucht toevoersysteem, dan adviseren we een CO-melder te plaatsen en adviseren we een nader onderzoek uit te laten voeren, bijvoorbeeld naar de kwaliteit van de rookgasafvoer. Bij geconstateerde afwijkingen rapporteren we overeenkomstig de tekortkomingen procedure.
Ter herkenning van het uitgevoerde werk brengt de verantwoordelijke VP een ingevulde sticker 5.3.1 aan op het gasverbrandingstoestel
Na afronding van werkzaamheden en de inbedrijfstelling van de gasverbrandingsinstallatie(s) melden we de uitgevoerde werkzaamheden af aan de certificerende instelling via de gebruikelijke weg van de CI.
We stellen toestellen buiten bedrijf als wordt vastgesteld dat bij het gebruik ervan ontoelaatbare hoeveelheden koolmonoxide vrijkomen (zie paragraaf 5.1.6, 5.1.7 en 5.1.9 van de BRL 6000-25);
Als we bij het uitvoeren van de werkzaamheden constateren dat een gasverbrandingsinstallatie een hogere concentratie koolmonoxide produceert dan een bij ministeriële regeling vastgestelde concentratie, en dat deze vrijkomt in een ruimte waar zich personen in kunnen bevinden, wordt dit terstond aan de bewoner of gebruiker en eigenaar van het gebouw gemeld. Mochten er geen corrigerende maatregelen kunnen worden getroffen dan melden we dit vervolgens ook aan het bevoegd gezag en de certificerende instelling
Blijkt tijdens de inspectie dat er toelaatbare tekortkomingen (b.v. een geparkeerde RGA die niet lek is en goed stevig is gemonteerd aan de ketel zijn) geconstateerd zijn dan wordt deze tekortkoming geregistreerd in de incidentenmodule in Climatools en toegevoegd aan de opmerking van de werkbon. De klant/
Blijkt tijdens de inspectie dat er ontoelaatbare tekortkomingen aan de ketel zijn geconstateerd dan wordt onmiddellijk de procedure van afkeuring in werking gezet. Als het om een onveilige situatie gaat worden direct de nodige stappen genomen (zie paragraaf 5.1.6, 5.1.7 en 5.1.9 van de BRL 6000-25)