Handboeken
Nog niets ingevuld

verplichte velden
Handboek genereren…
Dit duurt ongeveer tien seconden.

Kwaliteitshandboek

KIWA BRL K25000


Procedures en werkinstructies

Onderneming:

Revisiedatum:

Handboek versie 2.10

Powered by:

Climatools

Overzicht van wijzigingen kwaliteitshandboek

Dit kwaliteitshandboek wordt tenminste een maal per jaar getoetst op noodzakelijke aanpassingen. Wijzigingen worden in de tabel hieronder genoteerd, vervallen documenten worden gedurende de looptijd van het certificaat bewaard.

Datum

Document

Reden van vervanging

07-06-2023

Handboek versie 2.0

Eerste uitgave handboek versie 1.0

08-08-2023

Handboek versie 2.1

Herziene uitgave versie 2.0 (Normen)

20-09-2023

Handboek versie 2.2

2.9 Beheersing tekortkomingen uitgebreid.

02-10-2023

Handboek versie 2.3

Documentenbeheer aangepast.

27-11-2023

Handboek versie 2.4

Volledig herschreven.

23-10-2024

Handboek versie 2.5

Aangepast naar BRL K25000 versie 1.3

28-03-2025

Handboek versie 2.6

Layout wijzigingen.

08-07-2025

Handboek versie 2.7

Layout wijzigingen.

03-10-2025

Handboek versie 2.8

5.1.3 uitgebreid conform eis 5.6.3 (K25000 versie 1.3)

16/04/2026

Handboek versie 2.9

Layout wijzigingen, Climatools adres aangepast.

22/04/2026

Handboek versie 2.10

Deelgebied 5 toegevoegd en scopes instelbaar gemaakt als afvinkbare lijst.

Tabel 1: Wijzigingstabel

Lijst van vermelde documenten

Publiekrechtelijke regelgeving

BBL

Besluit Bouwwerken leefomgeving (www.wetten.nl)

BKL

Besluit Kwaliteit Leefomgeving(www.wetten.nl)

OR

Regeling Omgevingswet (www.wetten.nl)

Beoordelingsrichtlijn

BRL K25000 versie 1.3

Normen/ normatieve documenten

Nummer

Titel

NEN 2757-1

Eisen en beproevingsmethoden voor een gebouw gebonden voorziening voor gas met een werkdruk tot en met 500 mbar (0,05 MPa).

NEN 3028

Eisen voor verbrandingsinstallaties

NPR 3378, de relevante delen in relatie tot de door de installateur gekozen toepassingsgebieden in 1.2

Praktijkrichtlijn gasinstallaties

ISSO-kleintje/kenniskaart (optioneel)

Kleintje Gas & Kenniskaart CO-melders en CO-stops

Bibliografie

Ontwerpbesluit wijziging van het Bouwbesluit 2012, het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit (17-12-2019):
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bouwregelgeving/bouwbesluit-2012

Rogafa beugelvoorschrift:
www.hetnieuwebeugelen.nl

Vakmanschap Koolmonoxide Preventie:
www.vakmanschapco.nl

“De veiligheid van collectieve rookgasafvoeren in woongebouwen” voor VvE-besturen, VvE-beheerders en professionele verhuurders, uitgave ministerie van BZK:
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2017/02/02/handreiking-en-infoblad-gemeenschappelijke-rookgasafvoeren

Plaatsingsadvies CO-melder brandweer:
https://www.brandweer.nl/brandveiligheid/koolmonoxidemelders/meer-info/plaatsingsadvies-co-melder

Grenswaarden koolmonoxide volgens arbeidsomstandighedenregeling:
https://wetten.overheid.nl/BWBR0008587/2018-08-21#BijlageXIII

Register gasverbrandingsinstallaties voor controle geldigheid van afgegeven certificaten, aanwijzing van Kiwa en deze BRL:
https://www.tlokb.nl/register-gasverbrandingsinstallaties

1. Inleiding

Naar aanleiding van het rapport Koolmonoxide, onderschat en onbegrepen gevaar van de Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft het kabinet besloten een wettelijke verplichting in te stellen waarbij werkzaamheden aan gasverbrandingstoestellen en bijbehorende verbrandingslucht- en rookgasafvoer alleen nog mogen worden uitgevoerd door gecertificeerde bedrijven.

De wet (CO stelsel) is op 1 oktober 2020 aangenomen door de Eerste Kamer en daarmee definitief.

De eisen in deze beoordelingsrichtlijn worden gehanteerd door Kiwa bij de behandeling van aanvragen voor of de instandhouding van een kwaliteitsverklaring voor werkzaamheden aan gasverbrandingstoestellen, bestaande uit koolstofverbindingen, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen of rookgasafvoervoorzieningen, om het ontstaan en verspreiden van koolmonoxide te beheersen. De in deze BRL vastgelegde eisen worden door Kiwa gehanteerd, die daarvoor is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie (op basis van NEN-EN-ISO/IEC 17065) en daarvoor is aangewezen door de Minister van VRO (Register gasverbrandingsinstallaties | Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (tlokb.nl)).

Bij certificatiewerkzaamheden houdt Kiwa zich aan de eisen zoals vastgelegd in NEN-EN-ISO/IEC 17065.

Als gevolg van het in werking treden van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving per 1 januari 2024 zijn in deze BRL de artikelverwijzingen gerelateerd aan het Bouwbesluit, gewijzigd naar artikelverwijzingen het Besluit Bouwwerken Leefomgeving. Hierdoor moeten bestaande certificaten worden aangepast.

BRL K25000 d.d. 26-08-2024 vervangt BRL K25000 d.d. 08-02-2022.

2. Management

2.1 Scope van het systeem

In de volgende aangevinkte toepassingsgebieden worden werkzaamheden uitgevoerd:

Op basis van gestelde scope is dit kwaliteitshandboek opgesteld en in relatie gebracht met de volgende normen:

2.2 Bedrijfsgegevens

Dit handboek is geschreven en gepersonaliseerd door Climatools om te voldoen aan de KIWA BRL K25000 voor de volgende vestiging(en), hierna te noemen de onderneming:

Vestiging 1:

Naam van monteur

Type CO diploma

Geldig tot

Binnen de organisatie is een recent uittreksel KvK beschikbaar. (Niet ouder dan 1 jaar.)

2.3 Kwaliteitsbeleid

De directie van de onderneming verklaart dat het kwaliteitsbeleid erop is gericht:

  • Het bedrijf blijvend te laten voldoen aan de eisen van BRL K25000;
  • De interne kwaliteitsbewaking uit te voeren overeenkomstig BRL K25000;

Alle werknemers die vallen onder de scope van deze werkzaamheden zijn bekend met of worden op de hoogte gebracht van de inhoud van deze beleidsverklaring en dit kwaliteitshandboek. De kwaliteitszorg ten behoeve van de dit onderwerp is vastgelegd in dit kwaliteitshandboek. Binnen de organisatie is een kwaliteitsverantwoordelijke (Zie 2.2) aangewezen die belast is met het beheer van het kwaliteitssysteem. Hierdoor kan erop worden vertrouwd dat het onder onze verantwoordelijkheid werkend personeel deze werkwijze begrijpt en ernaar handelt.

Steeds weer zal de aandacht op dit kwaliteitsbeleid gericht zijn, zodat de aandacht van alle medewerkers binnen de onderneming voor kwaliteitszorg niet verslapt, maar dat zij juist gemotiveerd raken en blijven om het beoogde kwaliteitsniveau te bereiken en vast te houden.

Naam:

Datum:

Plaats:

Handtekening:

3. Proceseisen

3.1 Algemeen

In onderstaand tabel 2 zijn de eisen opgenomen waaraan werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties in verband met koolmonoxide moeten voldoen.

Wettelijke eisen aan de werkzaamheden die voortkomen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving

De wettelijke eisen die het Bbl stelt aan de werkzaamheden aan gasverbrandingstoestellen, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen en rookgasafvoervoorzieningen in verband met koolmonoxide zijn de volgende:

Tevens is artikel 3.46 van OR van toepassing.

3.2 Tabel 2: Proceseisen

K25000

Werkzaamheden:

Installeren/ vervangen

Repareren/ onderhouden

CLV

4.2.1

Ventilatieopeningen voor luchttoevoer en ventilatieafvoer voor gasverbrandingstoestellen (Volgens NEN 3028 en NPR 3378-22).

X

X

4.2.2

Plaatsing gasverbrandingstoestellen (Volgens NEN 3028 en NPR3378-22).

X

4.2.3

Plaatsing van rookgasafvoer
(Volgens NPR 3378-45, NPR 3378-46, NPR 3378-47, NPR 3378-60 en NPR 3378-61)

X

4.2.4

Controle opstellingsruimte gasverbrandingstoestel (Volgens NPR 3378-22). (Zie 3.3)

X

X

4.2.5

Afstelling van het gasverbrandingstoestel (Volgens voorschriften fabrikant).

X

X

4.2.6

CO-meting in de opstellingsruimte (Zie 3.4)

X

X

4.2.7

Meldplicht van (bijna-)ongevallen (melding KIWA, bewoner, eigenaar en gemeente bij
CO concentratie >20ppm). (Zie ook 3.5)

X

X

4.2.8

Controle van luchttoevoer en rookgasafvoer (volgens NPR 3378-45).

X

X

4.2.9

Meting van CO-gehalte rookgassen (vervolgacties afhankelijk van gemeten concentratie CO). (Zie ook 3.6)

X

X

4.2.10

Controle rookgasafvoer en luchttoevoer (volgens NPR 3378-46 en 47)

X

4.2.11

Controle rookgasafvoer en luchttoevoer CLV-systeem
(volgens NPR 3378-45;2017 bijlage D).

X

4.2.12

Reparatie en voorgeschreven onderhoud (volgens voorschriften fabrikant).

X

X

4.2.13

Vervangingsonderdelen uitsluitend onderdelen die zijn voorgeschreven door de fabrikant.

X

X

4.2.14

Rookgasafvoer bij vervanging toestel (BW-CO)

X

X

4.2.15

Dichtheidsbeproeving van de gasleiding (Volgens NPR3378).

X

4.2.16

Plaatsing van CO-melders
(volgens voorschriften fabrikant).

X

X

X

4.2.17

Energieprestatie verwarmingsinstallatie (BW-CO) (Zie ook 3.7)

X

X

3.3 Controle opstellingsruimte

De ruimte waar het gasverbrandingstoestel wordt geplaatst, moet geschikt zijn voor het veilig functioneren van het toestel en moet voldoen aan de voorschriften van de fabrikant van het gasverbrandingstoestel en aan het BBL.

Indien de opstellingsruimte voldoet aan de NPR 3378-22, wordt voldaan aan de eisen van het BBL.

3.4 CO-meting in opstellingsruimte

In de opstellingsruimte van een gasverbrandingstoestel moet voorafgaand (startmeting) en na afloop van de installatie-, reparatie- of onderhoudswerkzaamheden (inbedrijfstellingsmetingen) van een gasverbrandingsinstallatie een CO-meting worden uitgevoerd waarbij de maximale CO-waarde niet hoger mag zijn dan 20 ppm.

De meting wordt uitgevoerd op een hoogte van circa 1,7 meter op circa 1 meter afstand van het gasverbrandingstoestel.

De meting van het CO-gehalte in de opstelruimte moet worden uitgevoerd door een inbedrijfsteller als bedoeld in Inbedrijfsteller 5.1.3.

Als de CO-concentratie in de opstellingsruimte tussen de 5 ppm en 20 ppm ligt, dan is nader onderzoek noodzakelijk. De installateur meldt deze constatering bij de opdrachtgever.

De inbedrijfsteller mag de gasverbrandingsinstallatie pas in bedrijf stellen als hij de concentratie koolmonoxide in de opstellingsruimte van het toestel heeft gemeten en deze concentratie lager is dan 5 ppm en als de concentratie CO in rookgassen binnen de grenswaarde valt zoals beschreven in 4.2.9.

Als de CO-concentratie in de opstellingsruimte hoger is dan 20 ppm, dan meldt de certificaathouder dit onmiddellijk aan de bewoner of gebruiker en eigenaar van het gebouw, het bevoegd gezag en Kiwa. De inbedrijfsteller stelt het toestel buiten bedrijf als de concentratie CO in de opstelruimte hoger is dan wettelijk is vastgelegd (OR art. 3.46).

3.5 Meldplicht van (bijna-)ongevallen

Indien het bedrijf bij het uitvoeren van zijn werkzaamheden constateert dat een gasverbrandingsinstallatie een hogere concentratie koolmonoxide produceert dan de bij ministeriële regeling vastgestelde concentratie (meer dan 20 ppm) en dat deze vrijkomt in een ruimte waarin zich personen kunnen bevinden, meldt hij dit onmiddellijk aan de bewoner of gebruiker en eigenaar van het gebouw, het bevoegd gezag en Kiwa. Hierbij meldt het bedrijf de gemeten concentratie koolmonoxide en geeft hij een beschrijving van de ruimte waarin de concentratie is gemeten.

De melding aan Kiwa geschiedt door middel van het meldsysteem dat door Kiwa beschikbaar wordt gesteld en beheerd (Kiwa CO Preventie app).

3.6 Meting van CO-gehalte rookgassen

Bij elke inbedrijf name als bedoeld in BBL art. 1.2 sub 4 zal door meting worden vastgesteld dat het CO-gehalte voldoet aan de eis van het toelaatbare CO-gehalte. De meting zal worden uitgevoerd als de installatie daar een voorziening voor heeft.

De meting van het CO-gehalte in rookgassen zal worden uitgevoerd door een inbedrijfsteller als bedoeld in 5.6.2, volgens de voorschriften van de fabrikant van het gasverbrandingstoestel en moet voldoen aan het OR art 3.46 sub c en overige wettelijke relevante eisen.

Als de CO-concentratie hoger is dan wettelijk is vastgelegd (BBL art. 6.46). stelt de inbedrijfsteller het toestel buiten bedrijf. Mocht de CO-concentratie in rookgassen hoger zijn dan wettelijk toegestaan, meldt de certificaathouder dit direct aan de bewoner/gebruiker, eigenaar van het gebouw, het bevoegd gezag en Kiwa.

Volgens de OR art. 3.46 mag de concentratie koolmonoxide in de verbrandingsgassen van het toestel niet hoger zijn dan de volgende waarden:

De inbedrijfsteller mag de gasverbrandingsinstallatie pas in bedrijf stellen als hij de concentratie koolmonoxide in de opstellingsruimte van het toestel heeft gemeten en deze concentratie lager is dan 5 ppm (zie 4.2.6 van deze BRL) en als de concentratie CO in rookgassen binnen de grenswaarde valt (OR art. 3.46 sub c).

3.7 Energieprestatie verwarmingsinstallatie (BW-CO)

Naast de eisen met betrekking tot koolmonoxide stelt het BBL in art 5.21 in relatie tot de energieprestatie dat een verwarmingsinstallatie adequaat is gedimensioneerd, geïnstalleerd en ingeregeld en instelbaar is. In de BBL art. 5.21 is aangegeven wat hieronder wordt verstaan.

Het bedrijf zal bij het plaatsen van een nieuw of bij vervanging van een gasverbrandingstoestel bepalen of het warmteafgiftesysteem waterzijdig moet worden ingeregeld en gedocumenteerd. Het bedrijf zal de opdrachtgever wijzen op deze verplichting.

3.8 Controlewerkzaamheden

Alle uitgevoerde werkzaamheden aan gasverbrandingstoestellen en bijbehorende verbrandingsluchttoevoer- en rookgas afvoervoorzieningen zullen worden gecontroleerd volgens de voorschriften van de fabrikant.

Van controles worden de volgende gegeven geregistreerd in Climatools:

  • Wat is gecontroleerd en op basis van welke eisen;
  • Wie heeft gecontroleerd en wanneer;

Geconstateerde tekortkomingen (volgens tijdens onderhoud of inbedrijfstelling worden gerapporteerd aan de eigenaar/opdrachtgever. Het proces is pas afgerond als alle geconstateerde tekortkomingen zijn opgelost.

Bij ontoelaatbare tekortkomingen wordt het gasverbrandingstoestel niet vrijgegeven voor gebruik (volgens 1.2, lid 4). Ontoelaatbare tekortkomingen zijn situaties met een verhoogde concentratie CO als bedoeld in 4.2.6. en 4.2.9. van de BRL K25000

Ten behoeve van de externe kwaliteitsbewaking moeten de uitgevoerde controles voor Kiwa traceerbaar zijn.

3.9 Gebruik van beeldmerk

Het bedrijf voert het beeldmerk ‘CO-Vrij’ (Bbl artikel 6.47) op alle uitingen die betrekking hebben op de werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties en bij het zich legitimeren bij klanten.

Verder wordt het beeldmerk enkel en alleen gebruikt in relatie tot de werkzaamheden die voldoen aan de eisen als bedoeld in het artikel 6.45, tweede lid, onder a t/m d van het Bbl).

Toelichting

Bij het gebruik van het beeldmerk ‘CO-Vrij’ is het reglement van het ministerie van toepassing. Zie hiervoor de website van TloKB.

Reglement voor het beeldmerk voor werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties. | Publicatie | Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (tlokb.nl)

4. Eisen aan kwaliteitssysteem

In dit hoofdstuk zijn de eisen opgenomen waaraan het kwaliteitssysteem moet voldoen.

4.1 Interne kwaliteitsbewaking en borging.

UITVOER INTERNE KWALITEITSBEWAKING

Directie/Medewerker

Taak

De kwaliteitsverantwoordelijke

Het beheer van het kwaliteitssysteem

De kwaliteitsverantwoordelijke

De interne kwaliteitscontrole

De kwaliteitsverantwoordelijke

Het documentenbeheer

De kwaliteitsverantwoordelijke

Het bijhouden van het kwaliteitshandboek

UITVOER BORGING

Directie/Medewerker

Taak

De kwaliteitsverantwoordelijke

De BRL K25000 en verder alle documenten (incl. datumversies) waarnaar de BRL verwijst.

(Zie hiervoor ‘Lijst van vermelde documenten.’)

De kwaliteitsverantwoordelijke

Dit kwaliteitshandboek en alle documenten waarnaar het kwaliteitshandboek verwijst inclusief het bijhouden van de versie van het kwaliteitshandboek.

(Zie hiervoor ‘Lijst van vermelde documenten.’)

De kwaliteitsverantwoordelijke

De registratie van de uitgevoerde werkzaamheden door middel van opdrachtbonnen
en de bijbehorende checklists.

De kwaliteitsverantwoordelijke

NEN-normen en NPR, deze worden geborgd d.m.v. NEN Connect.

De kwaliteitsverantwoordelijke

Alle informatie wordt tenminste 10 jaar bewaard.

4.2 Inhuur en uitbesteding

Het kwaliteitssysteem is tevens van toepassing op ingehuurd personeel. Het kwaliteitssysteem moet ook beschrijven hoe wordt omgegaan met inhuur en uitbesteding. Een opdracht mag alleen worden uitbesteed aan een andere certificaathouder die volgens een door de minister aangewezen BRL voor hetzelfde deelgebied is gecertificeerd en opgenomen in het register van TIoKB voor gasverbrandingsinstallaties: Register | Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (tlokb.nl)

4.3 Documentenbeheer

De kwaliteitsverantwoordelijke is aangewezen voor het beheren van de onderstaande documenten:

  • Deze BRL en verder alle documenten waarnaar deze BRL direct of indirect verwijst, voor zover deze documenten relevant zijn voor de door het bedrijf in uitvoering genomen projecten;
  • Kwaliteitshandboek en alle documenten waarnaar het kwaliteitshandboek verwijst, inclusief het versiebeheer;

Alle genoemde documenten moeten ten minste tot tien jaar na registratiedatum worden. Vastleggen van gegevens gebeurt volgens de regels van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

4.4 Projectdossier

Voor elk project wordt een projectdossier bijgehouden in Climatools en geregistreerd onder een uniek nummer;

Onderstaande gegevens worden bijgehouden in Climatools:

Onderstaande gegevens worden bijgehouden in mappenstructuur op PC.

Toelichting

Een vervallen document kan deel uitmaken van het projectdossier, waarop duidelijk is aangegeven dat het vervallen is.

De projectdossiers en alle documenten waarnaar vanuit het projectdossier wordt verwezen tot ten minste tien jaar na afronding van het project bewaren.

4.5 Aan- en afmelden

Alle uitgevoerde werkzaamheden en controles onder certificatie worden geregistreerd en op het moment van inbedrijfstellen onmiddellijk door de inbedrijfsteller doorgegeven aan Kiwa door middel van het afmeldsysteem dat door Kiwa beschikbaar wordt gesteld. (Kiwa CO Preventie app)

https://www.kiwa.com/nl/nl/specials/certificering-preventie-koolmonoxide/kiwa-co-preventie-app/

De volgende informatie wordt gemeld:

4.6 Beheersing van tekortkomingen

De onderneming heeft de kwaliteitsverantwoordelijke aangewezen die verantwoordelijk is voor de beheersing van geconstateerde tekortkomingen.

4.6.1 Beheersing van tekortkomingen gecertificeerde werkzaamheden

Een onderdeel dat of installatie die niet aan de eisen voldoet, wordt als zodanig geïdentificeerd om onbedoeld gebruik bewust onveilig gebruik of onbedoelde levering te voorkomen.

Blijkt tijdens de inspectie dat er toelaatbare tekortkomingen (b.v. een geparkeerde RGA die niet lek is en goed stevig is gemonteerd aan de ketel zijn) geconstateerd zijn dan wordt deze tekortkoming geregistreerd in de incidentenmodule in Climatools en toegevoegd aan de opmerking van de werkbon. De klant/opdrachtgever wordt op de hoogte gesteld en dient deze tekortkoming schriftelijk te accepteren, dus laat je de klant de werkbon uit Climatools ondertekenen. Ook zal je tijdens elke onderhoudsbeurt deze tekortkoming weer controleren.

Blijkt tijdens de inspectie dat er ontoelaatbare tekortkomingen aan de ketel zijn geconstateerd dan wordt onmiddellijk de procedure van afkeuring in werking gezet. Als het om een onveilige situatie gaat worden direct de nodige stappen genomen zoals beschreven in 3.5 van dit handboek.

4.6.2Beheersing van tekortkomingen kwaliteitshandboek

Als de bovenstaande tekortkoming invloed heeft op de geldende procedures wordt er nagegaan of aanpassing van het interne kwaliteitssysteem noodzakelijk is. Als dat het geval is, wordt het interne kwaliteitssysteem aangepast.

Bij gebleken tekortkoming van de in het kwaliteitshandboek gestelde werkwijze wordt de oorzaak van de tekortkoming achterhaald en vastgesteld of verbetering in het handboek noodzakelijk is. Deze vaststelling vindt binnen twee weken plaats. Eventuele verbeteringen worden binnen redelijke termijn, doch uiterlijk binnen zes weken, worden doorgevoerd.

4.7 Klachtenbehandeling

Een klacht is een (gegronde) uiting van ontevredenheid over een geleverde dienst met betrekking tot het leveren van installaties en materialen. Alle klachten worden door het bedrijf zorgvuldig behandeld en als volgt geregistreerd:

  • Omschrijving klacht;
  • Wijze van behandeling;
  • Maatregelen ter voorkoming van herhaling.
  • Stadium (status) van de klacht

De kwaliteitsverantwoordelijke is verantwoordelijk voor een correcte afhandeling van de klachten en de archivering, registraties worden bijgehouden in incidentenmodule Climatools. De melder wordt geïnformeerd over de afhandeling van de klacht.

4.8 Informatieverstrekking (Extern)

Indien er in de onderstaande categorieën wijzigingen ontstaan zal dit aan Kiwa kenbaar worden gemaakt.

  1. Administratief, wijzigingen in de inschrijving Kamer van Koophandel, binnen twee weken aan Kiwa;
  2. Organisatorisch, veranderingen in capaciteit van werkzaamheden, binnen zes weken aan Kiwa.

4.9 Ingangscontrole van materialen

Het bedrijf controleert of de in installaties toe te passen materialen voldoen aan de gespecificeerde eisen.

Bij gebreken worden de materialen niet geaccepteerd.

5. Personeel

5.1 Vakbekwaamheid van personeel

Het bedrijf zorgt ervoor dat het in bijzondere situaties en omstandigheden signaleert die - bij strikte navolging van het certificatieschema - naar zijn professionele oordeel ten onrechte leiden tot het wel of niet in gebruik stellen van een gasverbrandingsinstallatie.

5.1.1 Personeel

Iedere inbedrijfsteller die binnen het bedrijf werkzaamheden gaat uitvoeren in het kader van deze BRL K25000 wordt door middel van een aanwijsformulier kwalitatief beoordeeld en aangesteld om deze werkzaamheden te verrichten.

5.1.2 Personeelsdossier

Door middel van het volgen van opleidingen, trainingen of andere maatregelen zorgen wij ervoor dat aan de eisen van vakbekwaamheid wordt voldaan.

Per medewerker is een dossier samengesteld met tenminste:

  • Arbeidsovereenkomst;
  • Vereiste kennis, ervaring, diploma’s en certificaten;
  • Vakbekwaamheid (kennis en ervaring);

5.1.3 Inbedrijfsteller

De certificaathouder moet het personeel, met name de inbedrijfsteller die werkzaamheden uitvoert volgens deze BRL, aantoonbaar kwalificeren.

Een certificaathouder die een gasverbrandingstoestel in bedrijf stelt en vrijgeeft voor gebruik (zie 1.2 lid 4 van deze BRL), moet voldoende bekwaam zijn volgens OR art. 3.47, en Bbl 3.74 t/m 3.78, 4.134 t/m 4.142 en 5.16, met bijbehorende (gas)normen. De normkennis moet zich minimaal richten op de ventilatie van gebouwen (nieuwbouw en bestaande bouw), afvoer van rookgassen van een gasverbrandingsinstallatie in gebouwen (nieuwbouw en bestaande bouw), en op de praktijkrichtlijnen voor gasverbrandingsinstallaties.

Inbedrijfsteller

De vakbekwaamheid van de inbedrijfsteller moet voldoen aan de eisen volgens OR art. 3.47. De inbedrijfsteller moet in het bezit zijn van een Bewijs van Vakmanschap, aantonend dat deze over de benodigde competenties beschikt. Dit bewijs moet zijn afgegeven door een door InstallQ geaccrediteerde exameninstelling en heeft een maximale geldigheid van vijf jaar.

Toelichting

Het Bewijs van Vakmanschap, op niveau monteur (niveau 2) of eerste monteur (niveau 3), moet aansluiten bij de uitgevoerde beroepshandelingen en beroepstaken.

Het Bewijs van Vakmanschap wordt verkregen na het succesvol doorlopen van een theorietoets en een praktijkexamen bij een door InstallQ geaccrediteerde exameninstelling (zie www.vakmanschapco.nl).

Een nieuwe instromer/zijinstromer/persoon in opleiding mag maximaal drie jaar zonder een Bewijs van Vakmanschap als VOP (Vakbekwaam Persoon) onder toezicht van een VP niveau 3 (eerste monteur) werken. De verantwoordelijke inbedrijfsteller niveau 3 moet steekproefsgewijs de uitgevoerde werkzaamheden van de VOP controleren en de resultaten vastleggen.

Opmerking:

De geldigheid van het Bewijs van Vakmanschap kan worden gecontroleerd in het Centraal Register Techniek, www.centraalregistertechniek.nl.

Controle vakbekwaamheid inbedrijfsteller

Het is de verantwoordelijkheid van de certificaathouder om ervoor te zorgen dat medewerkers, door middel van opleidingen, trainingen of andere maatregelen, blijven voldoen aan de eisen van vakbekwaamheid.

Minimaal eenmaal per kalenderjaar beoordeelt de certificaathouder aantoonbaar of medewerkers die betrokken zijn bij het onderwerp van certificatie nog voldoen aan de gestelde eisen van vakbekwaamheid. Deze beoordeling vindt plaats op basis van opleiding, kennis, ervaring en de resultaten van uitgevoerde werkzaamheden.

De beoordeling wordt gedocumenteerd en opgenomen in het personeelsdossier (5.1.2) van de betreffende medewerker. Dit dossier bevat ten minste:

5.1.4 Steekproefsgewijze controle inbedrijfsteller

Indien er twee of meer inbedrijfstellers in dienst zijn, dan controleert de certificaathouder op basis van een steekproef de uitgevoerde werkzaamheden van de desbetreffende inbedrijfstellers, met een minimale frequentie van eenmaal per jaar per inbedrijfsteller. Hiervan moet een registratie worden bijgehouden via het formulier “Controle vakbekwaamheid inbedrijfsteller”, zie ook 5.6.3 van de BRL K25000.

De inbedrijfsteller (1ste monteur) die namens de certificaathouder belast is met deze controlewerkzaamheden moet voldoende bekwaam zijn volgens OR art. 3.47.

5.1.5 Taken, verantwoordelijkheden, bevoegdheden en vakbekwaamheden.

Binnen het bedrijf zijn personen aangesteld om de werkzaamheden/controles te verrichten volgens de in het onderstaande tabellen zijn weergegeven. Zie hoofdstuk 2.2 voor de aangewezen directie en eerste monteur werktuigkundige installatie en onderhoud en service.

Directie

Vakbekwaam persoon (VP)

Voldoende onderrichte persoon (VOP)

Aanwijzing door of namens directeur

X

Opleiding vakmanschap CO Monteur en monteur installatietechniek (Niveau 2 of 3)

X

Geïnstrueerd voor het onder toezicht van een VP uit te voeren van taken/werkzaamheden

X

Kennis van interne procedures, werkvergunningen en wet- en regelgeving

X

X

X

X = mag taak uitvoeren

V = Voorbehouden aan vakbekwaam persoon (VP)

Directie

VOP

VP monteur (Niveau 2)

VP 1e monteur (Niveau 3)

Taak

Handeling

Administratiesysteem

Aanwijzen V en B’s

x

Registratie van projecten

x

Beheer projectdossiers

x

Ingangscontrole materialen

x

Documentenbeheer

x

Periodieke beoordeling vakbekwaamheid

x

IKB-beoordeling/interne audit

x

Opstellen interne auditprogramma

x

Klachtenregistratie/tekortkoming en afhandeling

x

Beheer van meet- en beproevingsmiddelen

x

Begeleiden werkzaamheden

Begeleidt collega's/leerlingen bij installatiewerkzaamheden.

X

Begeleidt het testen van producten en systemen.

X

Begeleidt de uitvoering van onderhoudsopdrachten.

X

Rookgasafvoer aanleggen

Vervangt rookgasafvoer bij het plaatsen van een nieuwe ketel.

X

X

X

Maakt doorvoeringen door gebouwconstructies (muren, daken, gevels).

X

X

X

Monteert individuele rookgasafvoer volgens norm en specificaties (parallel/concentrisch).

X

X

X

Monteert CLV-rookgasafvoer volgens norm en specificaties (parallel/concentrisch).

X

Plaatst brandmanchet (CLV).

X

Monteert rookgasafvoer uitmonding volgens norm en specificaties (in dak/gevel en uitmondingsgebied).

X

X

X

Controleert op een veilige werking van de rookgasafvoer.

X

X

Gasverbrandingstoestel installeren

Installeert gasverbrandingstoestel op dusdanige wijze dat deze te controleren en te inspecteren valt.

X

X

X

Voorziet opstellingsruimte van voldoende verbrandingsluchttoevoer (bij open verbrandingstoestel) en ventilatie.

X

X

X

Sluit gasverbrandingstoestel gaszijdig aan volgens norm fabrikant

X

X

X

Sluit gasverbrandingstoestel rookgaszijdig aan volgens de norm van de fabrikant.

X

X

X

Past toestel aan op andere gaskwaliteit of gassoort.

X

X

Controleert toestel op geschiktheid van de gaskwaliteit of gassoort.

X

X

Controleert en beoordeelt voordruk, werkdruk, sluitdruk en verbruiksdruk.

X

X

Plaatst koolmonoxidemelders, controleert juiste type, plaatsing, voert functiecontrole uit, controleert batterijstatus en expiratietermijn van de melder.

X

X

X

Stelt gasverbrandingstoestel/installatie in bedrijf.

V

V

Verhelpen van storingen, uitvoeren inspecties en onderhoud

Lokaliseert en analyseert de oorzaak van een storing.

X

X

Stelt de aard en omvang van uit te voeren werkzaamheden vast.

X

Herstelt, verwijdert en monteert de componenten.

X

X

Controleert en beoordeelt voordruk, werkdruk, sluitdruk en verbruiksdruk.

X

X

X

Controleert en beoordeelt belasting en verbruik van een toestel.

X

X

X

Controleert de veilige werking van het gasverbrandingstoestel en de rookgasafvoer in relatie tot de omgeving, niet alleen bij de aanleg maar gedurende de gehele levenscyclus van de installatie.
Voorbeelden tijdens de levenscyclus: wijzigingen aan de installatie, opstelruimte, plaatsing van de rookgasafvoer of ventilatie.

X

X

X

Controleert (open) verbrandingstoestellen op voldoende toevoer van verbrandingslucht.

X

X

X

Voert functiecontroles uit aan het gasverbrandingstoestel en beoordeelt de goede werking.

X

X

X

Monteert gasverbrandingstoestel/componenten volgens voorschriften.

X

X

X

Verricht onderhoud volgens de door de fabrikant bepaalde intervallen en werkprocedures.

X

X

X

Voert klein onderhoud uit aan gasverbrandingstoestel (condensafvoer, schoonmaken).

X

X

X

Voert groot onderhoud uit aan gasverbrandingstoestel (brander, warmtewisselaar).

V

V

Verricht drukmetingen: branderdruk meten/afstellen, afstelling gas-luchtverhouding.

X

X

X

Controleert toestel op ontsteking.

X

X

X

Meet kwaliteit van de verbrandingsluchttoevoer (O2 en CO2).

X

X

X

Meet kwaliteit van rookgas op O2, CO2, en CO.

X

X

X

Controleert en beoordeelt een opstellingsruimte op luchttoevoer en ventilatie.

X

X

X

Meet omgevingslucht op CO en CO2 bij gestapelde bouw.

X

X

X

Uitvoeren van veiligheidscontroles voor koolmonoxidepreventie.

X

X

X

Beproeft installatie.

X

X

X

Controleert rookgasafvoer en luchttoevoer (beugeling, afschot, materiaal en corrosie) en signaleert gevaarlijke situaties.

X

X

X

Controleert (open) verbrandingstoestellen op uitmonding van de rookgasafvoer in het juiste uitmondingsgebied.

X

X

X

Controleert een nieuw CLV-systeem op aanwezigheid van een brandmanchet.

X

Controleert/reinigt de centrale condens afvoer in een CLV-systeem.

X

Stelt gasverbrandingstoestel/installatie in bedrijf.

V

V

Zorgdragen voor veiligheid

Uitvoeren van veiligheidscontroles voor koolmonoxidepreventie.

X

X

X

Zorgt onder alle omstandigheden voor een veilige gebruikssituatie van de installatie (werkdruk, eisen van de klant).

X

X

X

Is alert op veranderingen in, aan, bij of in de omgeving van de installatie die van invloed kunnen zijn op de veiligheid of de prestaties van de installatie.

X

X

Is alert op veiligheidsissues/ onveilige situaties of gebreken, ook al zijn deze lang geleden ontstaan door wijzigingen in gebruik of verbouw/ aanpassingen aan de installatie en het melden daarvan.

Maakt daar melding van.

X

X

Handelt vanuit het bewustzijn dat hij de professional is die de staat van de installatie in relatie tot veiligheid kan waarnemen.

X

X

Signaleert en meldt gevaarlijke situaties.

X

X

X

Werkt volgens de norm en voorschriften.

X

X

X

Zorgt voor een veilige werkomgeving voor zichzelf en omgeving.

X

X

X

Schakelt een installatie uit vanwege veiligheidsrisico's.

X

X

Uit bedrijf nemen of niet in bedrijf stellen van een installatie vanwege veiligheidsrisico's.

V

V

Rapporteren werkzaamheden

Rapporteert werkzaamheden.

X

X

X

Geeft voorlichting aan de consument over het functioneren en de veiligheid van het toestel in samenhang met het systeem, inclusief ventilatie, rookgasafvoer en plaatsing in het gebouw.

X

Verantwoordt eventuele impopulaire maatregelen naar de klant, zoals uit bedrijf nemen of niet in bedrijf stellen van een installatie vanwege veiligheid of volgens de norm aanleggen of plaatsen van de installatie of delen daarvan ook al heeft dat voor de consument visuele of ruimte technische consequenties.

X

Uitvoeren van kwaliteitscontroles

Voert kwaliteitscontroles uit.

X

X

Controleert resultaten op vakinhoudelijke kwaliteit, kwaliteit van proces, voortgang en budgetbewaking.

X

Opleveren van gasverbrandingsinstallaties

Opleveren van werkzaamheden.

X

X

Zorgt voor afvoer materialen en materieel

X

X

Handelt klachten af.

X

Gasverbrandingsinstallatie beheren

Begeleidt van het testen van toestellen, producten en systemen.

X

Begeleidt de uitvoering van onderhoudsopdrachten.

X

5.2 Uitbesteding van taken

Indien taken aan een derde (ingehuurde persoon) worden uitbesteed, gelden hiervoor dezelfde vakbekwaamheidseisen, bevoegdheden en verantwoordelijkheden als voor eigen personeel.

Alle werkzaamheden die worden uitbesteed, worden per project in het projectdossier (Climatools) vastgelegd.

5.3 Uitbesteding van werkzaamheden

Als er werkzaamheden worden uitbesteed die vallen onder het gecertificeerde toepassingsgebied, zullen deze worden uitgevoerd door een gecertificeerd bedrijf welke voor hetzelfde deelgebied is gecertificeerd.

Alle werkzaamheden die worden uitbesteed, worden per project in het projectdossier vastgelegd.

De volgende informatie moet minimaal worden vastgelegd:

5.4 Legitimatieplicht

Deskundigen die werkzaamheden uitvoeren voor het installatiebedrijf in het kader van deze BRL moeten kunnen aantonen dat zij werkzaam zijn bij het gecertificeerde installatiebedrijf.

Medewerkers zullen hiervoor over een aantoonbare legitimatie beschikken.

Het branche Vakpaspoort, uitgegeven door Stichting Centraal Register Techniek SCRT (Techniek Nederland), wordt als legitimatiebewijs gebruikt.

6. Meet- en beproevingsmiddelen

Het bedrijf beschikt over de geschikte meet-, beproevings- en hulpmiddelen die nodig zijn voor het volledig uitvoeren van de (controle op de) werkzaamheden zoals omschreven in hoofdstuk 3.

Alle meetinstrumenten die worden gebruikt voor metingen waarvan de resultaten beslissend zijn voor goedkeuring of afkeuring van uitgevoerde of uit te voeren werkzaamheden zijn gekalibreerd.

6.1 Beheer van meet- en beproevingsmiddelen

In Climatools staat een overzicht van alle meetinstrumenten beheerd en daarmee wordt rekening gehouden met:

  • De aan te houden kalibratie frequentie en de bijbehorende wijze van kalibreren.
  • De genoemde meetinstrumenten zijn voorzien van een sticker waaruit blijkt dat zij zijn gekalibreerd.
  • Als tijdens het gebruik wordt geconstateerd dat het meetinstrument opnieuw moet worden gekalibreerd, vanwege een kennelijke afwijking of voorval, dan wordt het instrument hiervoor gemarkeerd en ter kalibratie aangeboden aan de verantwoordelijke medewerker.

Alle meetinstrumenten en hulpmiddelen moeten worden onderhouden volgens de voorschriften van de leverancier van het desbetreffende instrument of hulpmiddel.

Indien een meetinstrument of hulpmiddel defect raakt, dan moet het meetinstrument worden vervangen door een gekalibreerd meetinstrument en het hulpmiddel door een gelijkwaardig hulpmiddel voordat de werkzaamheden kunnen worden afgerond.

6.2 Instrumenten

6.2.1 Voor de sterkteproef van een gasleiding

Voor het doen van een sterkteproef vlgs. NPR 3378-1:2020: 4 Bepaling van de gasdichtheid en 4.1.2 Procedure. Drukstoot van 5 bar:

6.2.2 Voor gaslek zoeken

  • Lekzoekspray of; een gaslekzoeker met weergave van gasconcentraties d.m.v. display of led’s en akoestisch signaal.

6.2.3 Drukmetingen voor lekdichtheid gasleiding

  • Voor het meten van drukken van 0 tot 15.000 Pa (150 mbar *) meetapparatuur volgens NPR 3378

6.2.4 Drukmetingen van verschildrukken en/of trek

  • Voor het meten van verschildrukken van 0 tot 10.000 Pa (100 mbar *) meetapparatuur volgens EN 50379 deel 2,
  • Voor het meten van trek van -50 tot 200 PA meetapparatuur volgens EN 50379 deel 2.

6.2.5 Voor verbrandingsgasanalyse

  • Voor het meten van CO, O2 en rookgastemperatuur in rookgassen, meetapparatuur volgens EN 50379 deel 2.

6.2.6 Voor controlemetingen in de omgevingslucht

  • Voor het meten van CO in de omgevingslucht een meetinstrument met een weergave van het aanwezige CO percentage. Ter indicatie mag de rookgasmeter worden gebruikt, bij voorkeur beschikt een monteur over een persoonlijke veiligheidsmeter voor het monitoren van de CO in de omgeving

(* meting werkdruk + nominale gasdrukken (aardgas, propaan, butaan)

Climatools